Arthur Rimbaud werd op 20 oktober 1854 geboren in Charleville. Zijn moeder, die al snel werd verlaten door haar man, een officier in de infanterie, staat alleen in voor de opvoeding van haar vier kinderen. Haar voorkeur gaat al snel uit naar Arthur, een briljante leerling met een veelbelovende toekomst. De kleine jongen is verzot op literatuur en begint zelf gedichten te schrijven. Als puber vlucht de dichter vaak naar Parijs waar hij zijn passie kan uitleven.
De eerste keer dat hij wegloopt, komt Arthur Rimbaud in de gevangenis terecht. De tweede keer drijft hem in de armen van Verlaine. De ‘prins van de dichters’ laat hem kennismaken met een nieuwe poëzie, een stijl met meer nadruk op de authenticiteit. Samen trekken Arthur en Paul door Europa. Af en toe keert Arthur terug naar Roche, de bakermat van de familie, omgeven door een al te rustig landschap. Een geweerschot in het station van Brussel zorgt voor een breuk tussen de twee mannen. Verlaine vliegt in de gevangenis en Rimbaud ruilt de literatuur in voor expedities. Zijn reizen brengen Rimbaud in Afrika, terwijl Verlaine in de omgeving van Rethel twijfelt tussen het onderwijs en de landbouw. Na een kort verblijf in Roche, sterft Arthur aan een tumor in de knie in 1891 in Marseille. Verlaine keert terug naar Parijs waar hij tenslotte overlijdt in uiterst armoedige omstandigheden.
In de voetsporen van de dichters, kunt u de Rimbaud-Verlaine-route volgen. Bezoek het cafémuseum te Juniville of slenter rond de wasplaats van Roche. Ontdek Charleville-Mézières en het Rimbaud-museum, bezoek zijn grafsteen en volg dan de voetsporen van de vluchtende Arthur in de Maasvallei.